skip to Main Content

Samenwerken aan Veiligheid – een samenwerking tussen het vrijwillig en gedwongen kader

De werkwijze Samenwerken aan Veiligheid is in 2019 klein gestart en in het najaar van 2022 uitgerold over alle 21 jeugdteams in de regio. De aanname is dat door de samenwerking tussen de lokale Jeugdteams en de Gecertificeerde Instellingen (GI), gezinnen beter kunnen worden beschermd.

Verslag van een gesprek tussen mw. Van Elten en mw. La Grand namens de Toegang en mw. Holterman, jeugdbeschermer bij de William Schrikker Stichting.

Hoe werkt Samenwerken aan Veiligheid in de praktijk?

De GI ondersteunen de lokale teams bij het maken van veiligheidsplannen, denken mee over de te nemen (proces) stappen en over de vraag welke hulp het beste aansluit bij de problematiek van het gezin. Het lokale team is blij met de ondersteuning vanuit de GI. De casussen waarmee de medewerkers van de lokale teams te maken krijgen worden zwaarder en complexer. Het is fijn als een veiligheidspartner meedenkt over wat er moet gebeuren om de veiligheid in gezinnen te verbeteren.

Tijdens de gezamenlijke casuïstiek bespreking wordt een betere afweging gemaakt voor welke hulp in het gezin wordt ingezet. Door een stap op de plaats te maken, goed te kijken wat er precies aan de hand is en wat als eerste aangepakt moet worden, wordt de route richting de jeugdbeschermingstafel minder snel genomen. Jeugdteams merken dat er meerdere (hulpverlenings-) routes zijn om gezinnen te kunnen ondersteunen en dat ze met knowhow en meer context met ouders in gesprek gaan.

Ouders voelen zich in gesprekken met het jeugdteam serieus genomen. De toegangsmedewerker geeft aan dat ouders weten wanneer de casus met de jeugdbeschermer besproken wordt. Dit gebeurt vooralsnog wel anoniem. Wanneer de casus ingebracht wordt vinden ouders dit in eerste instantie eng en denken dat hun kind uit huis zal worden geplaatst. Na uitleg over het doel hiervan, vinden de meeste ouders het fijn dat hun problematiek integraal en in een multidisciplinair verband wordt besproken. Indien nodig blijft het niet bij het bespreken van de casus maar gaat de jeugdbeschermer (met toestemming van ouders) ook mee in gesprek.

Tijdens de samenwerking wordt veel van elkaar geleerd. Zowel van zaken die succesvol zijn verlopen als ook van zaken waarbij een ‘check moment’ plaatsvindt of het jeugdteam op de goede weg is met het gezin.

De jeugdbeschermer geeft aan dat de wijkteams behoorlijk goed zijn toegerust in de omgang met veiligheidszaken. Toch blijft het belangrijk, wanneer er onveiligheid is in het gezin, om met een specialistische blik te kijken. Het is goed dat er meerdere disciplines meekijken om te bezien of er geen stappen worden overgeslagen.

Vanuit de jeugdbescherming komt naar voren dat het goed is voor de toegangsmedewerker om te zien hoe de casus verloopt wanneer er wel een gedwongen maatregel is. De uitleg van middelen, mogelijkheden en beperkingen vanuit het gedwongen kader helpen om een reëler beeld te creëren over de (on)mogelijkheden van de jeugdbeschermer. Hierdoor ontstaat er meer begrip voor elkaars werk, standpunten en schept het duidelijke verwachtingen over en weer. Tenslotte wordt er meer gedeelde verantwoordelijkheid gevoeld. De toegangsmedewerkers voelen zich minder alleen staan in zaken waarbij onveiligheid een rol speelt.

Gemeente zullen op den duur merken dat de toegangsmedewerkers beter toegerust zijn om gezinnen waarbij sprake is van onveiligheid en /of complexe multi-problematiek goed te kunnen begeleiden. De toegangsmedewerkers zullen beter toegerust zijn om een afweging te maken richting de hulpverlening of richting het gedwongen kader.

Wat levert het op?  

Door de werkwijze Samenwerken aan Veiligheid zijn de lijnen tussen het vrijwillig kader en het gedwongen kader veel korter geworden. Consulten waarbij de vraag is of een gedwongen kader helpend kan zijn, worden nu gedaan tijdens de casuïstiek bespreking samen met de GI. Dit scheelt veel tijd en er is minder ruis doordat er een vast contactpersoon is.

De GI geeft aan dat zij meerdere teams begeleidt en dat er binnen de teams onderlinge verschillen zijn. Het zou fijn zijn als er meer uniform gewerkt wordt. Wel is er goed zicht op wat er van de verschillende teams geleerd kan worden. Daarnaast wordt het duidelijk in welke toegangsteams de verschillende expertise zit.

Of ouders ook merken dat er sneller geschakeld wordt, weet de toegangsmedewerker niet. Aangenomen wordt dat ouders wel voelen dat de toegangsmedewerker het juiste gesprek voert over wat er nodig is. Vanuit de GI leren toegangsmedewerkers welke vragen er aan ouders gesteld moeten worden om de onveiligheid in het gezin boven tafel te krijgen.

Wat kan nog beter?

Er is behoefte aan een verdiepingsslag. Naast tijd heeft dit ook vertrouwen nodig van de organisaties en de gemeente. De toegang en de GI zijn samen op de goede weg! De medewerkers ervaren de werkwijze als een meerwaarde voor beide partijen.

Voor meer informatie: Jessica Hageman j.hageman@hltsamen.nl en Anniek van der Ploeg – Gietema: agietema@alphenaandenrijn.nl

 

Back To Top Ga naar de inhoud